Opstijgend vocht of optrekkend vocht : het probleem beschreven
Met optrekkend vocht in muren wordt het water bedoeld dat door capillaire werking in keldermuren omhoog stijgt, tot ruim 2 mtr in de op¬gaande muren van de begane grond. Dit is zelfs mogelijk wanneer de grondwaterspiegel 2 mtr beneden de keldervloer ligt. Hier spelen uiter¬aard geen magische krachten een rol, maar een normaal natuurver¬schijnsel. Dit natuurlijke systeem van capillaire zuiging komt b.v. ook voor bij planten. Door zeer dunne kanaaltjes in de stengels van planten wordt water omhoog gezogen tot in de spits van de bladeren. Ook bomen die toch niet over pompen beschikken kunnen zo via hun capillaire zuigvermogen in de stam en takken wel 3.000 tot 4.000 Itr wa¬ter per dag transporteren tot op hoogten van 50 mtr en meer.
Vanzelfsprekend heeft de natuur met haar eigen perfektie ook haar grenzen gesteld. D.w.z. ze heeft het capillaire zuigvermogen aan regels gebonden. Als belangrijkste regel geldt:
"De oppervlaktespanning van de capillaire bouwstoffen moet
groter zijn, dan de oppervlaktespanning van het water."
Is de situatie omgekeerd: de oppervlaktespanning van de poreuze of capillaire bouwstoffen is lager dan de oppervlaktespanning van het water (of een andere vloeistof), dan bestaat er geen capillaire zuiging, maar een z.g. capillaire depressie. D.w.z. het water wordt teruggedrukt en met kracht verhinderd omhoog te stijgen. Het water in de capillairen kan dan niet zo hoog opstijgen als het buiten de capillairen aanwezig is.
Hieruit blijkt dat de natuurwet van de "kommunicerende buisjes", die zegt dat met elkaar in buisjes verbonden vloeistoffen, altijd tot op gelijke hoogte stijgen, toch een uitzondering maakt zonder dat de buisjes met een stop hoeven te worden afgesloten. Praktisch alle ons ter beschik¬king staande bouwstoffen (zelfs beton) zijn onderhevig aan dit natuur¬verschijnsel omdat ook bij bouwstoffen de oppervlaktespanningsver¬houding gelijk is aan die van planten.
Dit wil dus zeggen, dat muren met een ontbrekende of gebrekkige horizontale isolatie uit de vochtige bodem water opzuigen en omhoog transporteren. Deze hoogte kan theoretisch vele meters bedragen. De vaker zichtbare begrenzing in gevel metselwerk heeft de volgende oorzaak: naar gelang het wateraanbod in de grond en de zuiging van de aanwezige bouwstoffen kan een muur maar een bepaalde hoeveelheid water per uur in de hoogte transporteren.
Gelijktijdig vindt op de muuroppervlakte waterverdamping plaats omdat len zijn afgedicht). Met toenemende hoogte wordt dus ook het verdam¬pingsvlak groter. Het getransporteerde water verdampt dus gedeeltelijk. De getransporteerde hoeveelheid water en de verdampte hoeveelheid water zorgen op een bepaalde hoogte in de muur voor een evenwicht. Wordt dit evenwicht verstoord doordat de open oppervlakteporiën van de muur worden afgedicht (met waterdichte mortel, teer, bitumen e.d.), dan verdampt relatief weinig water. Zo kan het water in de muur in ver¬houding hoger stijgen.